“Hang yourself”, of hoe een slimme meid niet was voorbereid

Op enig moment – ik was toen een jaar of 25 – kreeg ik een nieuwe baas. Tot mijn verbijstering zei hij ten tijde van de salarisrondes tegen mij “je weet wat je beoordeling is en je weet wat je budget is, dus bepaal zelf maar je salarisverhoging”. Mijn vorige bazen onderhandelden vóór mij met hogerhand (i.e. de budgetbepalers) en dat viel prima uit. Nu moest ik voor mijzelf een redelijke verhoging vaststellen. Bleu als ik in die tijd was, durfde ik gewoon niet meer te vragen en dat wist hij drommels goed.  Dat jaar was mijn salarisverhoging natuurlijk minder.

Het zal duidelijk zijn dat ik in die tijd niets van onderhandelen wist. Had ik geweten wat ik nu weet, had ik het natuurlijk anders aangepakt.

Mijn baas maakte gebruik van een aantal tactieken.

  1. ‘De tackle’, ofwel de overvaltactiek. Uit een volkomen onverwachte hoek wordt je overvallen en sla je tegen de grond. Typisch gevalletje van “ik stond erbij en ik keek ernaar”. Het vervelende van deze tactiek is, dat jij je niet hebt kunnen voorbereiden. Het doel is jou te overtuigen dat je niets meer kan wijzigen.
  2. De ‘hang yourself’ methode. Deze tactiek bestaat eruit, dat je ervoor zorgt dat de andere partij zijn kaarten, ofwel eisen als eerste op tafel legt. Als jij de andere partij bent, kan je alleen maar ‘naar beneden’ onderhandelen.  Meer vragen lukt vanaf dat moment niet meer.
  3. Het gebruik van ‘objectieve criteria’. Hij en ik wisten immers wat het individuele salarisbudget was en hij refereerde daaraan.

Achteraf gezien had ik het volgende kunnen doen.

  • De bal overspelen, zodat het initiatief weer aan zijn kant komt. Ik had bijvoorbeeld kunnen zeggen: “wat vind jij dat ik waard ben?“, waarna de onderhandelingen weer open lagen.
  • Of in ditzelfde kader van “bal overspelen” een beroep op de gebruikelijke gang van zaken kunnen doen. Waarom niet dezelfde behandeling als alle andere medewerkers?
  • Of mijn eigen bescheidenheid aan de kant te zetten en hoog inzetten. Achteraf gezien had ik – als ik mij goed had voorbereid – argumenten te over waarom ik dit hogere bedrag verdiende. Met deze zet liggen de onderhandelingen weer open.
  • ‘Objectieve criteria’ lijken in steen gehouwen. Maar ook hier zijn uitzonderingen op mogelijk. Ik wist bijvoorbeeld, dat er bazen waren, die boven budgettaire verhogingen voor sommige medewerkers voor elkaar kregen. Mijn baas had gewoon geen zin om te onderhandelen en loste het op deze manier op.

Het lag natuurlijk niet alleen aan mijn baas. In die tijd was het voor mij en vele andere vrouwen niet gebruikelijk om zelf ergens om te vragen, laat staan om een (tussentijdse) salarisverhoging of promotie ter sprake te brengen. Verder had ik last van ondermijnende ‘stemmetjes’ in mijn hoofd die het volgende tegen mij zeiden:

  • Hij doet een beroep op mijn redelijkheid, dus kan ik ook geen onredelijke eisen stellen.
  • Ben ik eigenlijk wel zo goed als ik denk dat ik ben?
  • Hij ziet toch wel hoe hard ik werk?
  • Ik wil niet te arrogant overkomen.
  • Het gaat minder, dus kan ik ook niet al te veel vragen.

Wist ik veel dat ik daar beter niet naar kon luisteren, of in ieder geval tegenargumenten moest verzinnen, zodat ik later beter beslagen ten ijs zou komen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *